Was de lever, het hart en de longen, leg ze in een pan kokend water met een theelepel zout en laat ze 2 uur koken, met de luchtpijp over de rand van de pan.
2
Laat ze afkoelen.
3
Maak een grote, zware koekenpan heet en rooster het havermeel tot het droog en iets donkerder gekleurd, maar niet bruin, is.
4
Snijd de luchtpijp van de afgekoelde longen.
5
Maal de helft van de lever (de andere helft wordt niet gebruikt) het hart, de longen, het rundvet en de uien.
6
Voeg het havermeel, de peper, het zout, de kruiden en ongeveer 1/2 liter van het kookvocht toe en meng goed (het mengsel moet zo dun zijn, dat het net van de lepel afdruipt).
7
Vul de maag voor iets meer dan de helft met het mengsel en naai hem dicht.
8
Leg de haggis in een pan kokend water en laat hem 3 uur koken.
9
Prik er af en toe in om barsten te voorkomen.
10
Dien hem heet op met aardappelpuree, koolraap en natuurlijk een 'quaich'